Tag

Welke digitale camera past bij mij?

Voordat je een camera koopt, moet je je afvragen welke soort fotograaf je bent. Ben je eerder een gelegenheidsfotograaf, een hobbyist of een echte (semi-)professional.

De gelegenheidsfotograaf

Dit soort fotograaf gebruikt vooral zijn digitale camera op (familie)feestjes, vakantie en speciale gebeurtenissen. Je hebt dan geen nood aan een camera met uitgebreide technische capaciteiten maar eerder eenvoudig te bedienen basisfunctionaliteiten (lcd-scherm, zoom, videomodus,..). Een camera met 2 megapixel is in dit geval voldoende. Vanaf 150 euro heb je al een camera die aan je eisen zal voldoen.

De hobbyist

Als hobbyist gebruik je regelmatig de digitale camera. Je kennis reikt ook verder dan de doorsnee gebruiker. Je kan dan best een camera met 4 of 5 megapixel aanschaffen. Ook is het interessant om zelf de zoeker en de belichting aan te passen. Naast de basisfunctionaliteiten beschikt de camera dus ook over meer uitgebreide technische capaciteiten. Je besteedt in dit geval tussen de 200 en 500 euro aan je camera.

Naast een camera kan het ook nuttig zijn om een extra geheugenkaart aan te schaffen en fotobewerkingsprogamma’s voor op je computer om de foto’s te bewerken.

De (semi-)professional

Als (semi-)professional is het aangeraden om een camera te kopen met digitale spiegelreflex. Je bent dan ondermeer in staat om zelf je lens te vervangen zodat je een zwaardere of lichtere lens kan gebruiken om in te zoomen. Als een echte kenner is het interessant om de variabelen bij het nemen van een foto zelf handmatig in te stellen om zo een optimaal resultaat te krijgen. Het aantal megapixels ligt hier best tussen 6 en 12. Je kan zo een camera kopen vanaf 1000 euro maar je kan ook veel meer uitgeven naargelang de mogelijkheden van het toestel.

Ook hier is het aanschaffen van accessoires zoals extra geheugenkaarten, fotobewerker, printer, lens,… geen overbodige luxe.

Tags ,

Wat is het verschil tussen digitale en optische zoom?

De meeste camera’s hebben zowel een optische als digitale zoom. Er is echter een belangrijk verschil tussen beiden.

Bij een optische zoom wordt de mechaniek van de lens gebruikt om in te zoomen op een object in de verte. De beeldkwaliteit van de foto blijft behouden. De digitale zoom selecteert een deel van het beeld en dat wordt dan uitvergroot. Hierdoor vermindert de beeldkwaliteit aanzienlijk.

Je kan dus best bij de aankoop van een digitale camera letten op de optische zoom. Ook bij het nemen van foto’s wordt aangeraden om zoveel mogelijk de optische zoom te gebruiken en niet de digitale zoom.

Tags , ,

Wat is de functie van de lens en de sensor?

De belangrijkste onderdelen van een digitale camera zijn de lens en de sensor.

Een lens is een glazen voorwerp dat lichtstralen bundelt. In de digitale fotografie worden meestal zoomlenzen gebruikt. Dit is een stelsel van lenzen met een variabele brandpuntafstand. Het brandpunt is het punt waar de stralen die door de lens vallen, samenkomen. De brandpuntafstand is de afstand tussen de lens en het brandpunt. Bij het inzoomen wordt een stuk van het beeld weggesneden en het overgebleven deel vergroot.

Een sensor vangt het licht op dat door de lens valt en vertaalt dit naar een digitaal signaal. Een sensor is opgebouwd uit miljoenen diodes. Elke diode bepaalt de kleur van 1 pixel. Hoe meer diodes op een sensor zitten, hoe meer pixels de foto bevat, hoe hoger de resolutie is.

De beeldkwaliteit hangt dus niet alleen af van het aantal megapixels maar ook van de grootte van de sensor. Bij een kleinere sensor staan de pixels op een kleinere oppervlakte wat meer ruis kan veroorzaken. Zo kan de beeldkwaliteit van een camera met 8 megapixel maar met een kleine sensor slechter zijn dan die van een camera met 6 megapixels maar met een grote sensor.

Tags , ,

Waarop moet je letten bij het nemen van een foto?

Aan de hand van deze tips kan je (nog) mooiere foto’s maken.

Meer dan 1 foto nemen

Neem, indien mogelijk meerdere foto’s. Dit is net het pluspunt van een digitale camera. Op het kleine LCD-schermpje van je camera zie je meestal niet meteen alle details (zo kan er iemand zijn of haar ogen dicht hebben). Neem daarom verschillende foto’s om te voorkomen dat je slechts 1 mislukte foto hebt van datgene wat je wou vastleggen. Probeer ook vanuit verschillende standpunten en perspectieven de foto te nemen. Achteraf heb je dan een ruime keuze en kan je de beste foto selecteren.

Rechte horizon

Wanneer je buiten foto’s neemt, zorg er dan voor dat je de horizon altijd recht op je foto’s hebt staan. Anders kan dit een heel raar effect opleveren.

Ken je camera

Neem de tijd om de mogelijkheden van je camera te leren kennen. Hierdoor kan je in alle omstandigheden je camera snel en juist bedienen. Veel oefenen en vooral uitproberen is de boodschap.

Niet bewegen

Het is belangrijk dat je de camera stil houdt bij het nemen van foto’s. Als je het toestel beweegt tijdens het nemen van een foto krijg je onscherpe beelden.

Gulden snede (regel van derden)

In de Griekse oudheid had men al door dat er bepaalde punten in een schilderij zijn waar het menselijk oog vanzelf naar toe werd getrokken. Ook in de architectuur kan een bepaalde verhouding worden gebruikt die als aangenaam wordt ervaren. Deze verhouding wordt de gulden snede genoemd. De gulden snede kan je ook toepassen in de fotografie.

Verdeel een canvas in 3 gelijke delen zowel horizontaal als verticaal. Zo krijg je 4 krachtlijnen (A, B, C en D)

Zo plaats je de horizon best gelijk met krachtlijn C of D in plaats van het midden. Een (verticaal) onderwerp zet je best op krachtlijn A of B.

Gulden Snede

Gebruik van kleuren

Felle kleuren vallen op en donkere niet. Zo zullen geel en rood uit het beeld springen terwijl grijs, zwart of bruin niet de aandacht trekken. Dat is algemeen geweten. Hou hier dan ook rekening mee bij het nemen van foto’s. Als je dus op een onderwerp met donkere kleuren de aandacht wil vestigen, plaats het dan niet tegen een achtergrond met felle kleuren. Iedereen zal naar de achtergrond kijken in plaats van naar het onderwerp.

Tags

Wat is het verschil tussen en compact- en een spiegelreflexcamera?

Bij een spiegelreflexcamera zit er een speciale spiegelconstructie tussen de lens en de sensor. Deze constructie vind je niet terug bij de compactcamera.

De zoeker en het LCD-scherm geven precies aan wat er op de foto zal staan. Bij de compactcamera kan hier een kleine afwijking optreden.

Bij een camera met spiegelreflex kun je van lens wisselen. Zo kan je een zwaardere lens gebruiken wanneer je het zoombereik wil vergroten. Je kan ook een speciale macro- of sport-lens aanschaffen. Bij een compactcamera is er een vaste lens. Het zoombereik ligt dan ook vast en kan je niet veranderen.

De spiegelreflexcamera’s zijn groter, zwaarder en duurder dan de compactcamera’s. Ze bieden daarentegen wel (veel) meer mogelijkheden. Een spiegelreflexcamera wordt dan ook meestal gebruikt door personen die fotografie als hobby of beroep hebben. Een compactcamera is eerder voor het alledaagse gebruik.

Tags , ,

Wat betekenen resolutie en megapixels?

De resolutie geeft aan hoeveel pixels het beeld bevat. Een digitaal beeld is opgebouwd uit heel veel kleine puntjes of pixels. De afkorting van pixel is ‘picture element’. Hoe meer pixels het beeld bevat, hoe groter het detail van het beeld en hoe hoger de resolutie.

Een megapixel is gelijk aan 1 miljoen pixels. De resolutie van een digitale camera wordt meestal in megapixels weergegeven.

Digitale camera’s heb je van 0.1 tot 39 megapixels en meer. Als je een foto wil afdrukken op een formaat van 10 x 15 cm dan heb je aan een camera met 2 megapixel genoeg. Voor foto’s tot 30 x 40 cm worden afgedrukt, is 5 megapixel voldoende. Meer megapixels zorgt dus niet meteen voor een betere foto, maar zorgt er wel voor dat een goede uitvergroting van de foto mogelijk is. Een groot aantal megapixels is dus vooral van belang als je de foto’s op groot formaat wil afdrukken.

Tags , , ,

Hoe foto’s transporteren naar je computer?

Vooraleer je de gemaakte foto’s kan bewerken of opslaan op je computer, moet je ze natuurlijk eerst overbrengen naar je computer. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit te doen.

In de meeste gevallen wordt er een verbindingskabeltje geleverd bij de camera. Je sluit dit kabeltje aan op je camera en op een USB-poort van je computer. Zo kan je de foto’s transporteren. Indien je computer niet over een USB-aansluiting beschikt, dan kan je een USB-insteekkaart kopen die in je computer geïnstalleerd worden. De meeste recente computers beschikken over één of meerdere USB-ingangen.

Een andere handige manier om je foto’s te transporteren is een kaartlezer. Je haalt het geheugenkaartje uit je camera en steekt het in de kaartlezer.

Kaartlezers bestaan er in vele soorten en prijzen. Elk type geheugenkaart heeft zijn eigen kaartlezer. In sommige kaartlezers kan je echter meerdere soorten geheugenkaarten kwijt. De kaartlezer kan intern geïnstalleerd zijn in je computer, maar je kan ook een externe kaartlezer aanschaffen die je aansluit met een USB-kabel op je computer.

Denk eraan dat niet alle digitale camera’s werken met Mac, Linux of alle versies van Windows. Ga daarom op voorhand na welk besturingssyteem je computer heeft en controleer of de camera dit ondersteunt.

Tags , ,

Heb ik een geheugenkaart nodig?

Een digitale camera zal de foto’s die je neemt, opslaan in een geheugen. Als je een digitale camera koopt, wordt het geheugen meegeleverd. Meestal is dit een intern geheugen. De capaciteit van dit geheugen is vaak zeer beperkt (8 MB, 11 MB of 16 MB). Na het nemen van slechts enkele foto’s is je geheugen vol. Je kan dan de foto’s op je computer zetten of foto’s wissen. Dit is niet echt gebruiksvriendelijk.

Daarom is het aangeraden om een geheugenkaart (memory card) aan te schaffen. Dit is een kleine verwisselbare kaart die gebruikt wordt als extern geheugenopslag. De capaciteit van het geheugen ligt tussen 256 MB en 4 GB of meer.

Hoeveel foto’s je kan opslaan, hangt niet alleen af van de capaciteit van het geheugen maar ook van de resolutie en de kwaliteit waarin je foto opslaat.

Tags , ,

Kan ik digitale foto’s bewerken?

Inderdaad, dat kan. Nadat je je foto’s getransporteerd hebt naar je computer kan je ze bewerken. Zo kan je de foto verkleinen of vergroten, het contrast instellen, draaien, rode ogen wegwerken, tekst toevoegen,… Er zijn tal van mogelijkheden om van je foto een mooi resultaat te maken.

Vaak krijg je bij je digitale camera software meegeleverd waarmee je de foto’s kan bewerken. Ook vind je internetsites waar je online de foto’s kan bewerken of kan je gratis fotobewerkingprogramma’s downloaden. Je kan ook software zoals Photoshop aanschaffen.

Sommige softwareprogamma’s zijn niet makkelijk voor een beginner om mee te werken. Je kan online of in het volwassenonderwijs cursussen volgen om te leren werken met deze software.

Pas op: niet alle software is geschikt voor het je computer. Zo werken sommige progamma’s niet voor Apple-systemen. Ga op voorhand na welke software op je computer draait.

Tags , ,

Kies ik voor een digitale camera met accu of batterijen?

Een nadeel van de digitale camera is dat ze veel stroom verbruiken. Het LCD-schermpje, de flits en de zoomlens kunnen er voor zorgen dat je al snel door je energievoorraad heen zit en je deze regelmatig moet vervangen of opladen. Bovendien zorgt een energiebron voor extra gewicht dat je moet meedragen.

Een aantal camera’s worden geleverd met een accu en bijhorende oplader. Andere camera’s werken op (herlaadbare) batterijen. We zetten de voordelen- en nadelen van beide even op een rijtje.

Accu

De accu en bijhorende oplader zijn in de prijs van de digitale camera inbegrepen. Er zijn dus geen extra uitgaven die je meteen moet doen, wat een voordeel is.

Nadelig is het feit dat wanneer je op vakantie gaat of een lange tijd wil filmen (bijvoorbeeld op een huwelijksfeest) je niet altijd de kans hebt om je accu, wanneer deze leeg is, opnieuw op te laden omdat je zo een aantal belangrijke momenten mist. Het is dan handig om een tweede accu aan te schaffen die je opgeladen bij je hebt. Dit betekent dan alsnog een extra uitgave.

Helaas zijn de accu’s ook niet universeel uitwisselbaar. Iedere fabrikant en vaak ieder model heeft zijn eigen accu en oplader. Wanneer je een nieuw toestel van een andere fabrikant koopt, heb je dus ook een andere accu en oplader nodig.

Batterijen

Als je een digitale camera koopt die op batterijen werkt, krijg je er meestal wegwerpbatterijen bijgeleverd. Je zal merken dat deze maar heel kort meegaan. Aangezien digitale camera’s veel energie verbruiken, kunnen ze na een kwartier al leeg zijn. Het is dan ook aangeraden om oplaadbare batterijen en een oplader te kopen. Dit betekent dus meteen een extra uitgave bij de aankoop van je digitale camera.

In tegenstelling tot de accu is een (oplaadbare) batterij meestal wel universeel. Als je een andere digitale camera die op batterijen werkt, aanschaft, hoef je dus niet opnieuw oplaadbare batterijen te kopen.

Accu’s en oplaadbare batterijen verliezen na een tijd sowieso aan capaciteit. Je kan ze in conditie houden door ze helemaal op te gebruiken ze dan weer volledig op te laden. Zo gaan ze langer mee.

Tags , ,